ECLI:NL:RBAMS:2017:6468
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorlopige exploitatievergunning restaurant wegens verdenking witwassen
Een ondernemer diende een aanvraag in voor een exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning voor zijn restaurant. De gemeente verleende mondeling een voorlopige toestemming om te starten met de exploitatie. Na ontvangst van belastende politie-informatie en een bestuurlijke rapportage ontstond een verdenking van witwassen jegens de ondernemer. Tijdens een doorzoeking werden grote sommen contant geld, sieraden en autosleutels aangetroffen, en in een auto bijna een miljoen euro in een verborgen ruimte.
Op basis van deze feiten trok de gemeente de voorlopige toestemming in, omdat het niet wenselijk werd geacht dat het restaurant geopend bleef tijdens het lopende onderzoek. De ondernemer maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het intrekkingsbesluit.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de gemeente de voorlopige toestemming kan intrekken bij zwaarwegende feiten die voortzetting van de exploitatie onwenselijk maken. De feiten en omstandigheden rondom de verdenking van witwassen werden als voldoende zwaarwegend beoordeeld. De belangen van de gemeente bij onmiddellijke intrekking wogen zwaarder dan de belangen van de ondernemer bij voortzetting.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en liet het intrekkingsbesluit in stand. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de intrekking van de voorlopige exploitatievergunning wordt afgewezen.