De rechtbank Amsterdam heeft op 13 september 2017 uitspraak gedaan over de voortzetting van de ISD-maatregel die op 26 mei 2016 was opgelegd aan de veroordeelde. De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders was voor de duur van twee jaren opgelegd, met de verplichting om binnen negen maanden na onherroepelijkheid te beoordelen of voortzetting noodzakelijk was.
Tijdens de zitting zijn de officier van justitie, de raadsman van veroordeelde en deskundigen gehoord. Uit het toetsingsverslag en de verklaringen bleek dat de uitvoering van het ISD-traject aanvankelijk traag verliep, mede door taalbarrières en de status van ongewenst vreemdeling. Pas recent werden stappen gezet richting terugkeer naar het land van herkomst, waarbij een nazorgtraject met Stichting Barka werd gestart.
De officier van justitie adviseerde voortzetting van de maatregel vanwege het ontbreken van reisdocumenten en de noodzaak van hulp bij terugkeer. De raadsman stelde daartegen dat veroordeelde bereid is terug te keren en dat de maatregel juist de terugkeer belemmert. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet langer noodzakelijk is, mede omdat veroordeelde van begin af aan terugkeer wenst en naar verwachting na beëindiging in vreemdelingenbewaring wordt genomen en uitgezet.
Op grond hiervan besloot de rechtbank de ISD-maatregel met ingang van 20 september 2017 te beëindigen.