ECLI:NL:RBAMS:2017:6913
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen samenhangende procedures bij vergoeding werkzaamheden wegens ontbreken gelijktijdige zitting
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de vergoeding voor werkzaamheden in twee zaken, waarbij verweerder deze vergoeding wegens vermeende samenhang had vastgesteld op één zaak. Verweerder baseerde dit op artikel 11, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) en een advies van de commissie voor bezwaar.
De rechtbank stelde vast dat de zaken niet gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend ter zitting waren behandeld, omdat een zaak buiten zitting was afgedaan en de andere ter zitting. Hierdoor was niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor samenhangende procedures. Het standpunt van verweerder dat het begrip "ter zitting" niet letterlijk een zitting vereist, werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat eiseres zelf de proceshandelingen had verricht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ontbreken van samenhangende procedures.