Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen en de oma tot voogd te benoemen. De minderjarige woont sinds maart 2015 bij zijn oma, en de situatie verloopt naar tevredenheid van alle betrokken partijen. De moeder kampt met psychiatrische problematiek en verslavingsproblemen, maar zet stappen in haar herstel en heeft een ondersteunend netwerk.
De rechtbank overwoog dat het gezag kan worden beëindigd indien de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg kan dragen, of bij misbruik van gezag. Uit het dossier en de zitting bleek dat de minderjarige zich goed ontwikkelt, de samenwerking tussen moeder en oma goed verloopt, en de moeder inzicht toont in haar rol op afstand.
De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan het criterium van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige. Daarom werd het verzoek tot beëindiging van het gezag afgewezen. Omdat het hoofdverzoek werd afgewezen, kwam de rechtbank niet toe aan het subsidiaire verzoek tot benoeming van de oma als voogd.
De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters en is openbaar uitgesproken op 20 september 2017. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder wordt afgewezen omdat de minderjarige zich goed ontwikkelt en de situatie stabiel is.