ECLI:NL:RBAMS:2017:7039
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Burgemeester mag gebiedsverbod van drie maanden opleggen wegens herhaalde overlast in centrum Amsterdam
De burgemeester legde aan verzoeker een gebiedsverbod op voor het centrum van Amsterdam voor de duur van drie maanden vanwege herhaalde overlast en overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het gebiedsverbod terecht was opgelegd, gelet op eerdere verwijderingsbevelen en gebiedsverboden aan verzoeker. Het feit dat verzoeker op dezelfde datum al een 24-uurs verbod had gekregen, sluit het opleggen van een langduriger verbod niet uit. Ook het argument dat verzoeker een ongewenstverklaarde vreemdeling is en daarom niet nogmaals een gebiedsverbod zou mogen krijgen, werd verworpen omdat het gebiedsverbod en de ongewenstverklaring juridisch verschillende maatregelen zijn.
Verder werd het belang van verzoeker om het gebied te betreden, onder meer voor medische zorg en sociaal-maatschappelijke contacten, meegewogen. De burgemeester had navraag gedaan bij relevante instanties en aangegeven dat verzoeker niet afhankelijk is van noodzakelijke zorg in het gebied. Indien verzoeker dit kan aantonen, kan hij een corridor aanvragen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden in de bezwaarprocedure en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd verzoeker vrijstelling van griffierecht toegekend.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde het gebiedsverbod van drie maanden.