Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
al dan niet opzettelijk in strijd met het uitvoerverbod van artikel 36 EVOA Pro gevaarlijke afvalstoffen wilde overbrengen naar Egypte, een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is,
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
14 maart 2014heeft begaan, zoals ten laste is gelegd. De eigenlijke controle door ILT vond namelijk pas plaats op
29 april 2014. Daarnaast voert de raadsman aan dat geen sprake is van afvalstoffen, omdat het gaat om goederen met een economische waarde, die functioneerden en die bestemd waren om in Egypte (her)gebruikt te worden. De goederen in de container zijn beschadigd geraakt door de hardhandige wijze waarop de controlerende instanties met de inhoud van de container zijn omgegaan. Als die instanties met dezelfde voorzichtigheid met de inhoud waren omgegaan, zoals verdachte dat in zijn bedrijven in Nederland en Egypte doet, dan zouden die goederen niet zijn beschadigd.
‘elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen’. [2] Het maakt voor het antwoord op de vraag of sprake is van een afvalstof dus niet uit of de betreffende voorwerpen nog goed functioneren of niet. Ook is niet van belang of een voorwerp nog een economische waarde vertegenwoordigt. Daarmee omvat het begrip ‘afvalstof’ meer dan in het normale spraakgebruik onder het begrip ‘afval’ wordt verstaan. Het gaat er alleen om of de oorspronkelijke eigenaar de voorwerpen nog wil of mag hebben.
Dit betreft in elk geval alle voorwerpen die niet in een originele verpakking zaten. Het gaat dan onder andere om (een deel van) de koel/vriesapparaten, e‑readers/tablets, televisietoestellen en de strijkijzers. De oorspronkelijke gebruikers van deze voorwerpen hebben deze voorwerpen weggedaan en zich op die manier daarvan ontdaan. Daarom worden deze gebruikte voorwerpen als afvalstof aangemerkt.
Daarvan is sprake als een afvalstof een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan en voldoet aan specifieke criteria. [3]
5.Bewezenverklaring
6.Het bewijs
7.De strafbaarheid van het feit
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
De voorschriften van EVOA zijn opgesteld om te waarborgen dat het milieu en de gezondheid van de mens op een hoog niveau worden beschermd.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 1a (oud), 2 en 6 (oud) van de Wet op de economische delicten;
- 10.60 van de Wet milieubeheer; en
- 2 en 36 van de Europese verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EG-verordening nr. 1013/2006).
11.Beslissing
overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
€ 1.500,- (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 25 (vijfentwintig) dagen.