Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 2]
1.De procedure
In de hoofdzaak
- de dagvaarding van 3 maart 2016, met producties,
- het vonnis in het incident van 28 juni 2016, met de daarin vermelde stukken
- de conclusie van antwoord met producties,
- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 1 november waarbij een bijeenkomst van partijen is gelast,
- de akte overlegging producties (17 tot en met 19) van de zijde van [eiser] ,
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 7 juni 2017.
- de dagvaarding van 18 juli 2016, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 1 november waarbij een bijeenkomst van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 7 juni 2017.
2.De feiten
In de vrijwaringszaak
- er wordt ten onrechte gerekend met 0.5 kN/ m2 aan lichte scheidingswanden. Op afkeurniveau behoren uitsluitend de daadwerkelijke aanwezige wanden in rekening te worden gebracht.
- er dient gerekend te worden met een reductiefactor van 0.92 voor veranderlijke belasting behorend bij een referentieperiode van 15 jaar.
- de houtsterkteklasse is aangenomen op C20, op afkeurniveau wordt normaliter getoetst met C24.