Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie
5.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert een mede-eigenaar van het paard Jaipur dat de andere mede-eigenaar stopt met het berijden, trainen en deelnemen aan concoursen met het paard, en medewerking verleent aan heropleiding door een door hem geselecteerde ruiter. De eiser stelt dat de waarde van het paard daalt door slechte prestaties onder de andere mede-eigenaar en dat heropleiding noodzakelijk is om verdere schade te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen concrete afspraken zijn gemaakt over het trainen, berijden of deelnemen aan concoursen, waardoor geen wanprestatie kan worden aangenomen. Ook is onvoldoende gebleken van onrechtmatig handelen door de andere mede-eigenaar. Slechte resultaten op concoursen zijn niet voldoende voor onrechtmatigheid.
De tegenvordering van de andere mede-eigenaar tot vergoeding van gemaakte kosten voor vervoer en verzorging wordt niet behandeld omdat de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld niet is ingetreden. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter H.C. Hoogeveen.
Uitkomst: De vordering om te stoppen met berijden en trainen van het paard Jaipur wordt afgewezen wegens gebrek aan wanprestatie en onrechtmatig handelen.