Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
Hand in Hand, actief in jeugdhulpverlening gericht op multi-probleemgezinnen, deed mee aan een aanbesteding van de Gemeente Amsterdam voor Specialistische Jeugdhulp Segment C, ondersteuningsprofiel 6. De Gemeente stelde als eis dat inschrijvers een implementatieplan moesten opstellen waarin onder meer het hoofdaannemerschap en het werken met onderaannemers werden uitgewerkt.
Hand in Hand diende een implementatieplan in waarin zij aangaf niet met onderaannemers te werken en slechts advies in te winnen bij derden. De Gemeente wees Hand in Hand af voor toelating tot de onderhandelingsfase omdat het plan onvoldoende was uitgewerkt, met name op de punten hoofdaannemerschap en deskundigheidsbevordering.
De rechtbank oordeelde dat de beoordelingscommissie in redelijkheid tot haar oordeel kon komen. Hoewel niet expliciet werd voorgeschreven dat met onderaannemers moest worden gewerkt, was het voorshands aannemelijk dat dit in de praktijk onvermijdelijk is. Hand in Hand kon niet aannemelijk maken dat zij het gehele spectrum aan zorg zelfstandig kon leveren.
De vordering van Hand in Hand om alsnog tot de onderhandelingsfase te worden toegelaten werd afgewezen. Hand in Hand werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Hand in Hand af en veroordeelt haar in de proceskosten.