ECLI:NL:RBAMS:2017:7860
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat geweld diende tot diefstal bij jeugdstrafzaak
Op 3 maart 2016 vond een incident plaats waarbij verdachte en medeverdachten zich gewelddadig gedroegen tegenover het slachtoffer op de Nieuwendijk te Amsterdam. Er werd geduwd, getrokken en geschopt, en het slachtoffer werd getackeld en aan zijn tas en horlogebandje getrokken.
De officier van justitie legde verdachte poging tot diefstal met geweld en poging tot afpersing ten laste, waarbij het geweld zou zijn ingezet om goederen van het slachtoffer te verkrijgen. De rechtbank moest beoordelen of het geweld daadwerkelijk diende om de diefstal of afpersing te faciliteren.
Hoewel het geweld vaststond, ontbrak het aan overtuigend bewijs dat verdachte en medeverdachten het oogmerk hadden om het slachtoffer te beroven. Getuigenverklaringen waren inconsistent en mogelijk beïnvloed door onderlinge communicatie. Er was geen bewijs dat het geweld specifiek gericht was op het verkrijgen van goederen.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. De vordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het geweld gericht was op diefstal of afpersing.