ECLI:NL:RBAMS:2017:8167
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord op oom wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van een 33-jarige man die werd verdacht van poging moord op zijn oom op 10 augustus 2016 in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het schieten met een vuurwapen op het slachtoffer in het rechter- en/of linkerbovenbeen. De verdachte had eerder die avond ruzie gehad met het slachtoffer in een café.
Tijdens de terechtzitting op 25 oktober 2017 werd vastgesteld dat verdachte na de ruzie met een vuurwapenachtig voorwerp terugkeerde naar het café. Camerabeelden toonden een persoon met overeenkomende kenmerken als verdachte. Echter, de rechtbank kon niet met zekerheid vaststellen dat verdachte ook daadwerkelijk de trekker heeft overgehaald. Het slachtoffer deed geen aangifte en getuigenverklaringen waren niet eenduidig.
De verdediging stelde dat het scenario dat verdachte de schutter was, berustte op gissingen en niet op feiten. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Er was ook een andere persoon in de buurt van het misdrijf aanwezig, waardoor niet kon worden uitgesloten dat een ander heeft geschoten.
Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 8 november 2017 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de schutter was.