ECLI:NL:RBAMS:2017:8253
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking toestemming nevenwerkzaamheden en schorsing ambtenaar
Verzoeker, werkzaam als medewerker bij een gemeentelijke dienst, kreeg per besluit van 31 augustus 2017 de opdracht om tijdelijk elders te werken en werd de toestemming voor zijn nevenwerkzaamheden ingetrokken. Dit vanwege een veranderde organisatorische situatie en het feit dat verzoeker een eigen bedrijf had opgericht dat volgens de gemeente niet binnen de eerder verleende toestemming viel.
Na het intrekken van de toestemming bleef verzoeker zijn nevenwerkzaamheden voortzetten, waarna hij per besluit van 27 september 2017 werd geschorst en de toegang tot zijn werkplek werd ontzegd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente terecht de toestemming had ingetrokken vanwege het risico op belangenverstrengeling en mogelijke concurrentie, mede doordat verzoeker onvoldoende openheid van zaken gaf. Ook was de schorsing gerechtvaardigd vanwege plichtsverzuim en verstoring van de orde.
Het bezwaar van verzoeker had weinig kans van slagen en de voorzieningenrechter zag geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van toestemming nevenwerkzaamheden en schorsing is afgewezen.