Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2017 op het verzet van
[de vrouw] , te Amsterdam, opposante.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift vijf weken na het verstrijken van de wettelijke termijn werd ontvangen.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposante verzet in. De rechtbank beoordeelde in dit verzet uitsluitend of de eerdere beslissing terecht was genomen, zonder inhoudelijk op het besluit in te gaan.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit op juiste wijze op 25 november 2015 bekend is gemaakt, waardoor de beroepstermijn van zes weken op 6 januari 2016 eindigde. Het beroepschrift werd echter pas op 10 februari 2016 ontvangen, wat te laat is.
De stelling van opposante dat zij het besluit later ontving en daardoor later in beroep ging, leidt niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dat de datum van bekendmaking bepalend is voor de termijn.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard.