Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 3],
[eiser sub 4],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
De huurder exploiteert sinds 1986 een café met bovenwoning aan een adres in Amsterdam. De verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en achterstallig onderhoud, waarna de kantonrechter de huurovereenkomst ontbond en ontruiming gelastte.
De huurder stelde in kort geding dat de verhuurder het vonnis niet mocht uitvoeren zolang het hoger beroep loopt, omdat de ontruiming onomkeerbare en ingrijpende gevolgen zou hebben. De voorzieningenrechter oordeelde dat de verhuurder in beginsel bevoegd is tot executie, maar dat dit niet mag leiden tot misbruik van bevoegdheid.
De rechter vond dat er geen juridische of feitelijke misslag was in het vonnis en geen noodtoestand bij de huurder door tenuitvoerlegging. Wel was er sprake van een onevenredige belangenafweging: het belang van de huurder bij behoud van het gehuurde en het afwachten van hoger beroep woog zwaarder dan het belang van de verhuurder bij onmiddellijke ontruiming.
De verhuurder kon onvoldoende onderbouwen waarom haast geboden was, terwijl de huurder toegang tot het pand zou verlenen voor renovatieplannen. Daarom werd de tenuitvoerlegging geschorst tot het hoger beroep is beslist. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.