Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 2006 en
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008 (hierna: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ).
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. Na verblijf in Indonesië zijn de kinderen door de vader zonder toestemming van de moeder naar Nederland gebracht, wat leidde tot een kinderontvoeringszaak. De rechtbank Den Haag en het hof bevestigden dat de kinderen terug moesten naar Indonesië.
De moeder vertrok echter alleen terug naar Bali en liet de kinderen bij de vader achter in Nederland. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de gewijzigde situatie, waaronder het ontbreken van adequate opvang, verblijfsvergunningen en schoolvoorzieningen op Bali, het niet in het belang van de kinderen was om hen nu terug te sturen. De kinderen waren inmiddels gewend aan Nederland en de definitieve beslissing over verblijfplaats zou spoedig volgen.
Daarom werden de kinderen voorlopig aan de vader toevertrouwd, met een zorgregeling waarbij de moeder de kinderen in de schoolvakanties op Bali mag ontvangen. Tevens werd een alimentatiebedrag vastgesteld, waarbij rekening werd gehouden met het gedaalde inkomen van de vader. De rechtbank wees het verzoek van de vader tot opschorting van het hofbesluit af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Kinderen worden voorlopig aan de vader toevertrouwd met een zorgregeling en alimentatie, ondanks eerdere kinderontvoeringsuitspraken.