Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
10 januari 2017 heeft hij zich bij de screeningsbalie bijzondere doelgroepen aan de [straatnaam] gemeld voor toegang tot de maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eisers zelfredzaamheid is door de GGD beoordeeld met gebruikmaking van een zelfredzaamheidsmatrix. Op grond van deze beoordeling heeft de GGD geconcludeerd dat eiser voldoende zelfredzaam is en alleen een huisvestingsvraag heeft.
4 januari 2017, dat hij in bezwaar heeft overgelegd. Hierin is onder meer opgenomen dat het totaal IQ van eiser zich beneden een zeer zwakbegaafd niveau bevindt. Bij de diagnoseresultaten is opgenomen dat geconcludeerd wordt dat eiser een verstandelijke beperking heeft en dat sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid. Zoals de gemachtigde van verweerder ter zitting echter heeft bevestigd, wordt niet van iedereen die onvoldoende zelfredzaam is verwacht eerst een aanvraag om een voorziening op grond van de Wlz in te dienen en reeds daarom de aanvraag om maatschappelijke opvang afgewezen. Dat betekent dat er dus meer aanknopingspunten dan een verstandelijke beperking en beperkingen in de zelfredzaamheid moeten zijn voor de gegrondheid van de conclusie dat aanspraak bestaat op verblijf op grond van de Wlz. De rechtbank is van oordeel dat het eerdergenoemde psychologisch rapport die aanknopingspunten niet biedt. In het bestreden besluit is nog medegedeeld dat eiser onlangs is aangemeld bij [naam] en dat zij hebben aangegeven dat een Wlz aanvraag wordt gedaan. De rechtbank constateert echter dat er geen stukken in het dossier zitten die deze mededeling onderbouwen. De gemachtigde van eiser heeft verder betwist dat een dergelijke aanvraag is gedaan. In bezwaar is namens eiser juist expliciet gesteld dat hij niet in aanmerking komt voor verblijf op grond van de Wlz en om welke reden. Zonder nadere onderbouwing volgt de rechtbank dan ook niet verweerders standpunt dat een voorziening op grond van de Wlz voorliggend is en dat eiser om die reden niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. De beroepsgrond slaagt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,-- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,--.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 november 2017.