Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
Cancun Holding II B.V. (Cancun II) en voormalig bestuurder [gedaagde] zijn betrokken in een executiegeschil over een vonnis waarin Cancun II werd veroordeeld tot schadevergoeding aan [gedaagde] wegens onrechtmatig procederen. Cancun II vordert onder meer dat executie van het vonnis wordt geschorst en dat de geplande openbare veiling van vorderingsrechten wordt verboden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam geen feitelijke of juridische misslag bevat en dat een executiegeschil niet dient als verkapt hoger beroep. De stellingen van Cancun II over een voorwaardelijke vrijwaring en misbruik van identiteitsverschil worden niet gevolgd. Ook is onvoldoende gebleken dat de toegewezen schadevergoeding onterecht hoog is.
Verder is niet aannemelijk dat de executie een noodtoestand voor Cancun II veroorzaakt. De veiling van de vorderingsrechten is een noodzakelijke wijze van executie, aangezien Cancun II geen andere vermogensbestanddelen heeft. De belangen van [gedaagde] bij executie wegen zwaarder dan die van Cancun II bij staking. De gevorderde voorzieningen worden daarom geweigerd en Cancun II wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek van Cancun II tot schorsing van executie en verbod op veiling af en veroordeelt Cancun II in de proceskosten.