Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het beroepschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 september 2017 het beroep ex artikel 509hh Sv tegen een gedragsaanwijzing opgelegd door de officier van justitie op 12 juli 2017 aan verdachte. De gedragsaanwijzing betrof een gebiedsverbod en contactverbod vanwege verdenking van mishandeling en bedreiging jegens familieleden en een buurman.
Verdachte voerde aan dat onvoldoende ernstige bezwaren bestonden en dat de gedragsaanwijzing disproportioneel en niet subsidiariteit was opgelegd. De rechtbank constateerde echter dat op basis van de beschikbare proces-verbalen voldoende ernstige bezwaren bestaan en dat de gedragsaanwijzing voldoet aan de wettelijke voorwaarden van artikel 509hh Sv.
De rechtbank oordeelde dat de gedragsaanwijzing proportioneel is, aangezien verdachte slechts een verbod kreeg om zich in twee straten te begeven en contact te vermijden met de betrokken personen. Verdachte had niet aannemelijk gemaakt dat de maatregel disproportioneel was, mede gelet op het reclasseringsrapport waarin staat dat verdachte geen contact meer wenst met zijn familie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de gedragsaanwijzing gehandhaafd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedragsaanwijzing wordt ongegrond verklaard en de gedragsaanwijzing gehandhaafd.