ECLI:NL:RBAMS:2017:8997
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding en verdeling gemeenschap van goederen met uitsluiting erfenis
Partijen zijn gehuwd sinds 1990 en hebben drie meerderjarige kinderen. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.
De vrouw verzocht partneralimentatie, maar de rechtbank wijst dit af omdat zij onvoldoende behoeftigheid heeft aangetoond, mede gelet op haar inkomsten uit diverse activiteiten. De verdeling van de gemeenschap van goederen wordt uitgebreid behandeld. De woning staat te koop met een vraagprijs van €600.000, waarbij afspraken worden gemaakt over de verkoopprocedure en verdeling van de opbrengst na aflossing van hypotheken.
Diverse bankrekeningen, voertuigen, inboedel, sieraden en beleggingen worden toegedeeld aan partijen, waarbij onenigheid bestaat over de toerekening van bepaalde vermogensbestanddelen die uit een erfenis van de man afkomstig zijn. De rechtbank oordeelt dat deze erfenis bij uitsluiting is ontvangen en dus niet tot de gemeenschap behoort, maar dat het vergoedingsrecht van de man beperkt is tot het huidige saldo van de gemeenschappelijke beleggingsrekening.
De vrouw wordt deels financieel gecompenseerd voor haar aandeel in voertuigen en contant geld. De man wordt gehouden een vergoeding te betalen voor onderhoudskosten van de woning. Een vordering wegens benadeling van de gemeenschap wordt afgewezen omdat geen sprake is van lichtvaardig of onredelijk handelen door de man.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken en gemeenschap van goederen verdeeld met beperking vergoedingsrecht erfenis tot huidig saldo.