Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
- [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] );
- [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] );
- [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] );
- [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] );
- [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] );
- [medeverdachte 6] en
- [medeverdachte 7] .
1 november 2013 tot en met 5 april 2014betrokken zou zijn geweest bij de voorbereiding en/of bevordering van verschillende strafbare handelingen met betrekking tot cocaïne. Deze betrokkenheid is in de tenlastelegging in twee feiten vermeld, feit 2 en feit 3 eerste cumulatief/alternatief. Daarbij zijn de aan de deelnemer(s) van beide feiten verweten feitelijke gedragingen – het veelvuldig hebben van ping/telefonisch contact, het voorhanden hebben van geldbedragen, het voorhanden hebben en ter beschikking stellen van voertuigen en het ter beschikking stellen van woningen/panden – identiek.
21 november 2013 tot en met 5 april 2014heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van verschillende strafbare handelingen met betrekking tot cocaïne en witwassen van geldbedragen.
derde of vierde lidvan artikel 10 van Pro de Opiumwet. De bedoelde strafbare feiten zijn vervolgens ook omschreven in beide feiten. De omschreven feiten zijn echter strafbaar gesteld in het
vierde of vijfdelid van artikel 10 van Pro de Opiumwet. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een kennelijke misslag en leest in beide feiten ‘derde en vierde lid’ als ‘vierde en vijfde lid. Door de verbetering van deze misslag wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- veelvuldig onderling en/of met anderen telefonisch/ping contacten hebben gehad en onderhouden en
- een personenauto (merk Volkswagen Jetta, met kenteken [kenteken 2] ) voorhanden hebben gehad en/of ter beschikking hebben gesteld en
- de woningen/panden gelegen aan [adres 6] te [plaats 1] en [adres 7] te [plaats 1] en [adres 5] te [plaats 2] ter beschikking hebben gesteld waarvan verdachte en/of verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;
- [alias medeverdachte 1] en
- [medeverdachte 3] en
- [medeverdachte 2] en
- [medeverdachte 5] en
- [medeverdachte 6] en
- [medeverdachte 7] ,
5.Bewijs
alleverdachten is tenlastegelegd dat de periode waarin de criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro heeft bestaan, eindigt op 5 april 2014. Dat is het moment waarop de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn aangehouden.
alleverdachten zich hebben schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisaties als bedoeld in artikel 140 Sr Pro en/of deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a (oud) OW.
ná5 april 2014 ligt alleen de vraag voor of de verdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] zich in die periode schuldig hebben gemaakt aan (verdere) deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a (oud) OW, gericht op voorbereiding van – kort samengevat – cocaïnehandel.
Op 28 november 2013 zijn er wederom gesprekken met [persoon 3] . [medeverdachte 5] (‘ [bijnaam medeverdachte 5] ’)vraagt hem: ‘Jongen de kat, laatste prijs 25’, waarop [persoon 3] zegt: ‘Ik zal kijken wat die mensen zeggen, en er is nog vis beschikbaar. Voor welk getal kan jij mij dat uiterlijk geven?’ [medeverdachte 5] (‘ [bijnaam medeverdachte 5] ’) antwoordt: ‘8 en een half.’ Het gesprek gaat verder over ‘ster’, ‘vis’, ‘kater’, betalen, en wat het kost.
- [bijnaam medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ),
- [bijnaam medeverdachte 5] ( [bijnaam medeverdachte 5] , [medeverdachte 5] ),
- [bijnaam medeverdachte 6] ( [medeverdachte 6] ),
- [bijnaam verdachte] ( [verdachte] ) en
- [bijnaam medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] )
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
eindvonnis binnen twee jaarnadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheden kunnen zien op
In of omstreeks juni 2016 stond de zaak gepland voor de inhoudelijke behandeling, echter bleek dat het Openbaar Ministerie een of meerdere getuigen niet had opgeroepen als gevolg waarvan de behandeling geen doorgang heeft kunnen vinden. Vanwege een druk bezet zittingsrooster heeft de behandeling eerst op 16 oktober 2017 plaats gevonden en is eindvonnis gewezen op 8 december 2017.
9.Beslag
10.Voorlopige hechtenis
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
76 maanden..