Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
- [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] );
- [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] );
- [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] );
- [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] );
- [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] );
- [medeverdachte 6] en
- [medeverdachte 7] .
derde of vierde lidvan artikel 10 van Pro de Opiumwet. De bedoelde strafbare feiten zijn vervolgens ook omschreven in beide feiten. De omschreven feiten zijn echter strafbaar gesteld in het
vierde of vijfdelid van artikel 10 van Pro de Opiumwet. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een kennelijke misslag en leest in beide feiten ‘derde en vierde lid’ als ‘vierde en vijfde lid. Door de verbetering van deze misslag wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewijs
alleverdachten is tenlastegelegd dat de periode waarin de criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro heeft bestaan, eindigt op 5 april 2014. Dat is het moment waarop de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] zijn aangehouden.
alleverdachten zich hebben schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisaties als bedoeld in artikel 140 Sr Pro en/of deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a (oud) OW.
ná5 april 2014 ligt alleen de vraag voor of de verdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] zich in die periode schuldig hebben gemaakt aan (verdere) deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a (oud) OW, gericht op voorbereiding van – kort samengevat – cocaïnehandel.
Op 28 november 2013 zijn er wederom gesprekken met [naam 6] . [medeverdachte 5] (‘ [bijnaam 3] ’)vraagt hem: ‘Jongen de kat, laatste prijs 25’, waarop [naam 6] zegt: ‘Ik zal kijken wat die mensen zeggen, en er is nog vis beschikbaar. Voor welk getal kan jij mij dat uiterlijk geven?’ [medeverdachte 5] (‘ [bijnaam 3] ’) antwoordt: ‘8 en een half.’ Het gesprek gaat verder over ‘ster’, ‘vis’, ‘kater’, betalen, en wat het kost.
- [medeverdachte 7] ( [medeverdachte 1] ),
- [bijnaam 3] ( [bijnaam 3] , [medeverdachte 5] ),
- [bijnaam 4] ( [medeverdachte 6] ),
- [bijnaam 8] . ( [medeverdachte 2] ) en
- [bijnaam 5] ( [medeverdachte 3] )
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
eindvonnis binnen twee jaarnadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheden kunnen zien op
9.Beslag
10.Voorlopige hechtenis
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
49 maanden..