Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het vonnis in het incident van 24 mei 2017, met de daarin genoemde gedingstukken;
- de conclusie van dupliek, met producties;
- de akte uitlating producties.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin een besloten vennootschap ([eiseres]) ABN Amro aansprakelijk stelde wegens schending van de zorgplicht bij het adviseren van een renteswap. [Eiseres] had een renteswap afgesloten die niet aansloot bij haar risicoprofiel en situatie, aangezien het renterisico op de betreffende leningen niet door haar werd gedragen, maar door een andere vennootschap.
ABN Amro informeerde [eiseres] niet adequaat over de negatieve waarde van de renteswap, waardoor zij niet in staat was een geïnformeerde beslissing te nemen over verkoop of verhuur van het onroerend goed. De bank stelde zich op het standpunt dat [eiseres] niet tijdig had geprotesteerd, maar dit verweer werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat ABN Amro tekortgeschoten is in haar zorgplicht, dat de renteswap voor [eiseres] geen passend product was en dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de risico's. De bank werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding bestaande uit het verschil tussen betaalde vaste rente en ontvangen variabele rente, plus de negatieve marktwaarde van de renteswap, vermeerderd met wettelijke rente.
De vorderingen tot terugbetaling van provisies en overige kosten werden afgewezen. De bank werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door rechter A.H.E. van der Pol op 20 december 2017.
Uitkomst: ABN Amro wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht bij advisering van een niet passend renteswapproduct.