De rechtbank Amsterdam heeft op 21 december 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1998, die werd verdacht van het bezit van een revolver met munitie en harddrugs. Tijdens de zitting van 7 december 2017 werd vastgesteld dat verdachte onrechtmatig staande is gehouden en gefouilleerd, en dat hem niet tijdig de cautie is gegeven. Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze vormverzuimen niet leiden tot bewijsuitsluiting of strafvermindering.
De bewezenverklaring omvat het bezit van een geladen revolver en zes patronen, 0,23 gram cocaïne op 5 september 2017 te Diemen, en 2,79 gram cocaïne plus 0,05 gram amfetamine en MDMA op 24 november 2016 te Amsterdam. De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte, processen-verbaal en technisch onderzoek.
De strafmaat is vastgesteld op 150 dagen jeugddetentie, waarvan 55 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals begeleiding door de jeugdreclassering en deelname aan een traject in Polen. Daarnaast zijn eerdere voorwaardelijke straffen tenuitvoer gelegd, waarbij een gevangenisstraf is omgezet in een taakstraf. De rechtbank benadrukt het gevaar van het bezit van vuurwapens en harddrugs, zeker gezien de jeugdige leeftijd van verdachte.