Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 april 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 11 juli 2018 en de daarin vermelde stukken.
Rechtbank Amsterdam
De curator van het faillissement van Van Loon B.V. vordert betaling van een positief banksaldo van Van Loon, vermeerderd met rente en kosten, van ABN AMRO. De bank had een krediet verstrekt aan een groep vennootschappen, waarbij hoofdelijk aansprakelijkheid en verrekening van vorderingen tussen de vennootschappen was overeengekomen.
Na faillissement van Van Loon en Autoservice Van Loon B.V. stelde ABN AMRO dat zij haar vorderingen op de groep had verrekend met de creditsaldi van de vennootschappen, waardoor geen afzonderlijke vorderingen meer bestonden. De curator betwistte dit en vorderde betaling van het creditsaldo.
De rechtbank oordeelt dat ABN AMRO bevoegd was tot verrekening en dat zij een verrekeningsverklaring heeft gedaan in een brief aan de curator. Hierdoor zijn de schulden en vorderingen van de vennootschappen jegens de bank gesaldeerd en tenietgegaan tot het gezamenlijke saldo. De administratieve verwerking van de verrekening op de bankrekeningen laat dit onverlet.
De vordering van de curator wordt daarom afgewezen. Vanwege verwarring in correspondentie compenseert de rechtbank de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator af wegens rechtsgeldige verrekening door ABN AMRO.