ECLI:NL:RBAMS:2018:10094

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
17 september 2019
Zaaknummer
13/751239-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 326 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor oplichting

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 december 2018 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Griekenland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 26 januari 2017. De verdachte, geboren in 1951 en woonachtig in Nederland, werd verdacht van oplichting volgens het Griekse strafrecht.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de formele eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat het strafbare feit ook onder Nederlands recht als oplichting kwalificeert, waardoor dubbele strafbaarheid is gegeven. Tevens werd een terugkeergarantie verstrekt door de Griekse autoriteiten, waarmee is gewaarborgd dat de verdachte een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan ondergaan.

Gelet op de afwezigheid van weigeringsgronden en de verstrekte garanties, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, waardoor de uitspraak definitief is geworden.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Griekenland toe voor het strafrechtelijk onderzoek wegens oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751239-17
RK-nummer: 17/4925
Datum uitspraak: 21 december 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 augustus 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 januari 2017 door
the prosecutor’s office, Athens court of appeal (Griekenland)en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Griekenland) op [geboortedag] 1951,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 december 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.J. Verbeek, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Griekse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een “ordinance no.2254/2004 from the Athens Magistrate’s Court Council keeping in force the arrest warrant no. 15 dated 28 june 2013 from the 18th Regular Investigating Magistrate of Athens”.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Griekenland strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Griekenland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW

De opgeëiste persoon kan ingevolge artikel 6 lid 5 OLW Pro gelijkgesteld worden aan een Nederlander. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De deputy prosecutor at the appeal court of Athens heeft bij brief van 6 november 2018 de volgende garantie gegeven:
we guarantee that, pursuant to article 5, paragraph 3 of the FD on the European arrest warrant, in case the requested person is sentenced to an unconditional prison sentence in Greece, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht een strafbaar feit oplevert.
Aan deze voorwaarde is voldaan. Het onder 4 bedoelde feit is inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en levert op:
oplichting.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon] aan
the prosecutor’s office, Athens court of appeal (Griekenland)ten behoeve van het in Griekenland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2018.
De jongste rechter is buiten staat te tekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.