ECLI:NL:RBAMS:2018:10103
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer door weigering re-integratie
De werknemer was sinds februari 2017 in dienst als kok en meldde zich in juni 2017 ziek. De bedrijfsarts adviseerde aangepast werk aan te bieden, wat de werkgever meerdere keren deed. De werknemer weigerde echter stelselmatig te verschijnen voor overleg en het verrichten van aangepast werk. Daarnaast weigerde hij mee te werken aan mediation om het arbeidsgeschil op te lossen.
De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, die onvoldoende meewerkte aan re-integratie. De werknemer betwistte dit en stelde dat hij te ziek was en dat de arbeidsverhouding verstoord was, waarvoor de werkgever verantwoordelijk zou zijn. Hij vorderde tevens achterstallig salaris en een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod wegens ziekte niet aan ontbinding in de weg stond omdat het verzoek niet op ziekte was gebaseerd, maar op de weigering tot re-integratie. De werknemer had door zijn weigering zijn herstel belemmerd en ernstig verwijtbaar gehandeld. Ook het verstoorde arbeidsverhouding-argument bood geen rechtvaardiging, aangezien mediation was voorgesteld maar geweigerd.
De loonbetaling was door de werkgever terecht gestopt. De ontbinding werd toegewezen zonder vergoeding, en de vorderingen van de werknemer werden afgewezen. Elke partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer door weigering mee te werken aan re-integratie en mediation.