ECLI:NL:RBAMS:2018:10135
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Vaandrager
- J.M. Jongkind
- N. Saanen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na inbraken in supermarkten
De rechtbank Amsterdam heeft op 22 november 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarbij verdachte werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze vordering betrof de buitgemaakte geldbedragen bij meerdere inbraken in supermarkten, verminderd met de kosten die gemaakt zijn voor vervoer.
De feiten betreffen vier specifieke diefstallen gepleegd door verdachte samen met telkens één mededader, waarbij geldcassettes uit pinautomaten werden weggenomen. De rechtbank baseerde zich op aangiften, verklaringen van medeverdachten en andere stukken in het dossier. De totale buit bedroeg €12.920,-, waarvan een bedrag voor vervoer aan een mededader werd betaald.
De rechtbank achtte het redelijk het voordeel te delen door twee, omdat verdachte telkens met één mededader handelde. Na aftrek van vervoerskosten kwam de rechtbank tot een bedrag van €6.460,- als wederrechtelijk verkregen voordeel dat aan de Staat moet worden betaald. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €6.460,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.