Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de Raad,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen JBRA,
1.1. De procedure
- de brief met bijlagen van de Raad binnengekomen op 2 oktober 2017;
11 januari 2018.
Verschenen en gehoord zijn:
- de heer [medewerker Raad] , namens de Raad;
- mevrouw [medewerker JBRA 1] en mevrouw [medewerker JBRA 2] , namens JBRA, vertegenwoordigd door mr. Van der Leij;
- de moeder;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
De Raad heeft na onderzoek en in multidisciplinair overleg besloten niet over te gaan tot het indienen van een verzoek strekkende tot gezagsbeëindiging van moeder over [het kind] , gelet op het feit dat zij thans bij haar vader woont en niet gesteld kan worden dat [het kind] opgroeit in een situatie waarbij zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en de moeder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn.