Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
2. De beschuldiging
3. Waardering van het bewijs
4. Het bewijs
5. De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6. Motivering van de straf
Ernst van het feitVerdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan een inbraak in de [aangever 1] . Dit is een ernstig en vervelend feit. De [aangever 1] heeft schade geleden doordat er ruiten zijn vernield en er kastjes zijn verbroken. Ook zijn er goederen weggenomen die niet het eigendom van verdachte waren.
RecidiveUit het strafblad van verdachte (met als datum 22 december 2017) blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor dergelijke delicten. In deze zaak neemt de rechtbank mee dat de bewezen verklaarde feiten een enige tijd geleden zijn gepleegd en artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Persoonlijke omstandighedenDe rechtbank heeft het rapport van Reclassering Nederland van 17 augustus 2017, opgemaakt door A.M. Schule, bestudeerd. Uit dit rapport blijkt onder meer dat verdachte tot de doelgroep ‘Top 600’ behoort en dat hij, ondanks intensieve bemoeienis en zorg in vrijwillig kader, tot op heden blijft recidiveren. Een complexe samenloop van psychische en persoonlijkheidsproblematiek en een beperkt sociaal-maatschappelijk functioneren lijkt hieraan ten grondslag te liggen. Verdachte wordt intensief begeleid door het forensisch ACT-team van Mentrum. Daarnaast krijgt hij antipsychotica voorgeschreven en is beschermingsbewind ingesteld. Ook heeft hij onlangs een nieuwe woning gekregen en is hij niet meer te vinden in zijn oude woonomgeving, waar hij door omgang met overlastgevende/criminele jongeren in aanraking kwam met justitie. Het is volgens de reclassering van belang dat het huidige begeleidingstraject in gedwongen kader wordt voortgezet, ook omdat het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert daarom een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden de verplichting om medewerking te verlenen aan woonbegeleiding van het Leger des Heils.
De strafNaar aanleiding van de bovenstaande rapportages oordeelt de rechtbank dat het niet wenselijk is dat verdachte een gevangenisstraf opgelegd krijgt, omdat dan alles wat hij met veel hulp en moeite heeft opgebouwd (een eigen huis, een schuldsaneringstraject en stabiliteit inzake zijn psychische en persoonlijkheidsproblematiek) dan weer teniet wordt gedaan. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte de consequenties moet voelen van het opnieuw plegen van strafbare feiten. Zij zal daarom een taakstraf opleggen voor de duur van 60 uren. Daarnaast zal zij een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren opleggen met als bijzondere voorwaarde de verplichting om medewerking te verlenen aan woonbegeleiding van het Leger des Heils, overeenkomstig het rapport van de reclassering van 17 augustus 2017.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
60 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.
3 maanden.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
mrs. L. Voetelink en A.A. Spoel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,