ECLI:NL:RBAMS:2018:1514
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter verklaart OM niet ontvankelijk bij dagvaarding minderjarige zonder strafrechtelijke afdoening
In deze zaak stond een minderjarige verdachte terecht voor het rijden zonder rijbewijs op een bromfiets. De kantonrechter overwoog dat het beleid van het Openbaar Ministerie bij jeugdige first offenders gebaseerd is op de Richtlijn en kader strafvordering jeugd en adolescenten, waarin bij lichte delicten een halt-aanbod, voorwaardelijk sepot of officiersafdoening wordt aangeboden voordat wordt overgegaan tot dagvaarding.
Hoewel de richtlijn expliciet over misdrijven spreekt en niet over overtredingen, achtte de kantonrechter het onlogisch dat een overtreding zwaarder zou worden bestraft dan een licht misdrijf. Rijden zonder rijbewijs op een bromfiets wordt als een licht vergrijp gezien, waarbij een pedagogische reactie de voorkeur verdient boven strafrechtelijke vervolging.
De kantonrechter stelde dat het Openbaar Ministerie niet de vrijheid heeft om een minderjarige first offender direct te dagvaarden zonder eerst een alternatieve strafrechtelijke afdoening aan te bieden. Dit is mede van belang vanwege de gevolgen van een veroordeling voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Daarom verklaarde de kantonrechter het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van de minderjarige verdachte, waarmee een precedent werd gesteld voor de toepassing van jeugdbeleid ook bij overtredingen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard omdat de minderjarige geen strafrechtelijke afdoening is aangeboden voordat werd gedagvaard.