Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
Een inwoner van Amsterdam klaagde over het gebrek aan handhaving van verkeersregels door fietsers, wat volgens hem zijn veiligheid in gevaar bracht. Hij sommeerde de burgemeester om de politie opdracht te geven tot handhaving, maar kreeg geen reactie en startte een kort geding tegen de burgemeester.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester geen rechtspersoon is en dat eiser de verkeerde partij had gedagvaard; de vorderingen hadden tegen de gemeente moeten worden ingesteld. Daarom werd eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Zelfs als de rechter ontvankelijk zou zijn geweest, zouden de vorderingen inhoudelijk zijn afgewezen. De gemeente had voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aandacht besteedt aan verkeersveiligheid via beleid, campagnes en samenwerking met politie en openbaar ministerie, die primair verantwoordelijk zijn voor handhaving.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt dat de handhaving van verkeersovertredingen hoofdzakelijk een taak is van politie en openbaar ministerie en dat de gemeente binnen haar bevoegdheden handelt.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verkeerde partij en vordering inhoudelijk afgewezen.