Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Benadeelde partij [benadeelde partij] , de nabestaande van [slachtoffer] , heeft zich in het strafproces gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Zij is bijgestaan door raadsvrouw mr. W. Monster, advocaat te Amsterdam.
7.4.2.Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd, onder verwijzing naar haar pleitnotities, dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Primair omdat de verdediging vrijspraak heeft bepleit dan wel dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Subsidiair vanwege de omstandigheid dat door Achmea een ongevallenverzekering van € 15.000,- is uitgekeerd. Nu de materiële schadeposten grotendeels binnen het bedrag blijven dat na het overlijden van [slachtoffer] door de verzekering is uitgekeerd, is er geen daadwerkelijke schade geleden en moet de vordering tot dat bedrag worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard.
Meer subsidiair heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de kosten factuur grafrecht ten aanzien van een bedrag van € 1.000,- zien op drie overledenen en in zoverre dienen te worden gematigd. Voor wat betreft een deel van de posten kleding en eten ontbreekt een rechtstreeks verband met het ten laste gelegde feit. Ook de kosten van de grafsteen zijn bestemd voor twee personen en dienen daarom te worden gematigd.
7.4.3.Het oordeel van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder subsidiair bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht.
De vordering is ten eerste grotendeels betwist omdat door Achmea een ongevallenverzekering van € 15.000,- is uitgekeerd. De verdediging stelt dat dit bedrag in mindering moet worden gebracht op de vordering, nu alleen de daadwerkelijk geleden schade voor vergoeding in aanmerking komt.
De raadsvrouw van de benadeelde partij heeft in dit verband aangevoerd dat het door Achmea uitgekeerde bedrag een ongevallenverzekering betreft en niet een schadeverzekering. Een schadeverzekering dient voor de bescherming van het vermogen. Een ongevallenverzekering is een sommenverzekering, zijnde een verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed. Het vergoede bedrag dient dan ook niet in mindering op de vordering dient te worden gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij, de moeder en tevens nabestaande van [slachtoffer] , het recht heeft om in het strafproces schadevergoeding van specifieke kosten - zoals gevorderd - vergoed te krijgen. De rechtbank ziet anders dan de verdediging geen aanleiding om deze kosten te verrekenen met het uitgekeerde bedrag van de ongevallenverzekering.
De vordering is ten tweede betwist voor wat betreft de posten 1 en 4, te weten:
- een deel van de begrafeniskosten, te weten € 1.000,-, ziet blijkens de factuur grafrecht van 18 januari 2016 op kosten grafrecht van drie overledenen;
- de kosten van het gedenkteken (grafsteen) zijn voor twee personen.
Nu dit niet is weersproken door de raadsvrouw van de benadeelde partij zal de rechtbank deze schadeposten matigen en in mindering brengen op de vordering.
De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding voor wat betreft posten 1 t/m 3 als volgt toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 11 januari 2016:
1. Begrafeniskosten (€ 8.826,45 minus € 666,66) € 8.159,79
2. Kleding begrafenis - 183,84
3. Eten ziekenhuis
- 14,57
Totaal € 8.358,20
De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding voor wat betreft post 4 als volgt toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 21 september 2017.
4. Gedenkteken begraafplaats (€ 6.440,50 minus € 3.220,25) € 3.220,25
De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.
Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
In het belang van [benadeelde partij] voornoemd, wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.