Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Er is enkel de verklaring van aangeefster dat verdachte haar telefoon in zijn auto heeft gegooid en een telecomanalyse. Uit voornoemde telecomanalyse kan slechts worden afgeleid dat het - door aangeefster gebruikte - telefoonnummer na 23 november 2017 vanaf een bepaald tijdstip geen contact meer heeft gelegd met andere nummers. Op basis hiervan en de verklaring van aangeefster kan de rechtbank met onvoldoende zekerheid vaststellen dat haar mobiel door verdachte is weggenomen en mocht dit al zo zijn, dat verdachte daarbij het oogmerk heeft gehad zich de mobiele telefoon wederrechtelijk toe te eigenen. Het was immers de bedoeling van verdachte dat aangeefster bij hem in de auto zou stappen. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde.
5.De bewezenverklaring
6.Het bewijs
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
5 (vijf) maanden.
2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
Daarbij moet rekening gehouden worden dat er ruimte blijft voor werkhervatting;
nietzal
ophoudenbinnen een straal van 100 (honderd) meter van de navolgende adressen: [adres 1] , [adres 2] en A. [adres 3] en;
op
geenenkele wijze - direct of indirect -
contactzal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
1 (één) weekvoor
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan.
dadelijk uitvoerbaaris.
€ 500,- (vijfhonderd euro)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 november 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 500,- (vijfhonderd euro),te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 november 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 (tien) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.