Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
als bijlage 1die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan kan niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige (artikel 342, tweede lid, Sv) zodat er voldoende steunbewijs dient te zijn voor de belastende verklaringen van aangeefster (zie Hoge Raad d.d. 12 november 2013 ECLI:NL:HR:2013:1158).
- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 maart 2018;
- een proces-verbaal van aangifte met nummer 2016068606-1, van 30 maart 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , met bijlagen, inhoudende foto’s van het letsel, doorgenummerde pag. 082 – 098.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
€ 7.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid
van 120 uren, met bevel, voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
60 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.
- Voorwerp 1, te weten 1 STK Telefoontoestel KL: zwart Samsung Galaxy S (5162449)
- Voorwerp 3, te weten 1.00 STK Laken KL: roze (5161971 Matras overtrek)
- Voorwerp 4, te weten 1.00 STK Ondergoed KL: geel (5161949 Slip)
€ 1.000,-- (duizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 maart 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 1.000,-- (duizend euro) wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (29 maart 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 22 (tweeëntwintig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.