Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een Syrische statushouder die door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) werd gedagvaard voor ontruiming uit een Asielzoekerscentrum (AZC). Eerder was bij vonnis van 3 januari 2018 bepaald dat hij het AZC uiterlijk 3 maart 2018 moest verlaten, omdat hij geen recht meer had op opvang.
Na het vonnis zijn sloopwerkzaamheden aan het AZC gestart en is de ontruiming feitelijk niet meer uitvoerbaar. De gedaagde stelde nieuwe omstandigheden aan de orde, waaronder een posttraumatisch stresssyndroom vastgesteld door medische specialisten, en het feit dat hij de aangeboden woning had geweigerd vanwege traumatische ervaringen en de slechte staat van de woning. Tevens bleek dat de gemeente Amsterdam onjuiste verwachtingen had gewekt over mogelijke huisvesting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze nieuwe omstandigheden aanleiding geven tot een ruimere ontruimingstermijn. Daarom werd de ontruimingstermijn verlengd tot zes weken na betekening van het vonnis, wat neerkomt op ruim twee maanden uitstel ten opzichte van het eerdere vonnis. De kosten van de procedure worden gedragen door iedere partij voor eigen rekening. Verzoeken om griffierechtvrijstelling konden niet in kort geding worden behandeld.
Uitkomst: Gedaagde krijgt een uitstel van zes weken voor ontruiming uit het AZC vanwege medische en overige omstandigheden.