ECLI:NL:RBAMS:2018:207
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behoud Nederlands paspoort na intrekking Nederlanderschap
Verzoekster is in 2008 genaturaliseerd tot Nederlander. Later is haar Nederlanderschap ingetrokken omdat zij bij haar naturalisatie niet heeft gemeld dat zij tijdens haar relatie met haar partner twee kinderen kreeg van een andere man, wat betekende dat zij geen exclusieve relatie had en daardoor niet in aanmerking kwam voor naturalisatie.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om haar Nederlandse paspoort te mogen behouden totdat op haar beroep tegen de intrekking was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen actueel spoedeisend belang was voor het behoud van het paspoort, omdat het belang van het rechtsverkeer bij het gebruik van juiste documenten zwaarder weegt.
Daarnaast werd overwogen dat verzoekster niet wordt gehinderd in haar gezinsleven en dat dit in een vreemdelingenrechtelijke procedure kan worden behandeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot behoud van het Nederlandse paspoort wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.