Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.Beslissing
[opgeëiste persoon] .
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Procureur des Konings te Antwerpen op 15 november 2012. De zaak betrof een opgeëiste persoon met de Israëlische nationaliteit, geboren in 1960, die zich in Nederland bevond.
Tijdens de procedure, die startte met een zitting op 15 december 2016, werd de identiteit van de opgeëiste persoon bevestigd. Het onderzoek werd geschorst om nadere informatie te verkrijgen en later voortgezet op 29 maart 2018. De rechtbank verlengde de wettelijke termijn voor uitspraak vanwege de complexiteit en duur van de procedure.
Op 17 februari 2018 overleed de opgeëiste persoon te Alkmaar. De officier van justitie stelde daarop dat zij niet langer ontvankelijk was in haar vordering tot overlevering. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens werd gelast dat de borgsom van € 15.000,- aan de rechthebbende wordt geretourneerd.
Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, waarmee de procedure definitief werd afgesloten.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het overlijden van de opgeëiste persoon en de borgsom wordt geretourneerd.