ECLI:NL:RBAMS:2018:2407
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vierde aanvraag kinderbijslag wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Eiseres heeft voor de vierde keer een aanvraag om kinderbijslag ingediend die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) is afgewezen. Eerder waren ook drie aanvragen afgewezen omdat eiseres volgens de Svb geen ingezetene van Nederland is, vanwege het ontbreken van een duurzame band met Nederland.
De Svb baseerde de afwijzing van de vierde aanvraag op dezelfde gronden als de eerdere afwijzingen, verwijzend naar het besluit van 28 juni 2017. De rechtbank constateert dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een andere beslissing. Ook is niet gebleken dat het eerdere besluit onmiskenbaar onjuist was.
Op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de Svb de aanvraag terecht afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter R. Hirzalla op 12 april 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar vierde aanvraag kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.