Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een brief van de bestuurscommissie Stadsdeel-Zuidoost waarin werd aangekondigd dat een onderzoek in het kader van de Treiteraanpak zou starten en dat gegevensuitwisseling zou plaatsvinden. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, stellende dat hij ten onrechte als dader werd aangemerkt en dat de brief een besluit was waartegen bezwaar mogelijk moest zijn.
De rechtbank beoordeelde of de brief een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De brief bevatte een feitelijke mededeling over de start van een onderzoek en de gegevensuitwisseling op grond van artikel 34 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De rechtbank oordeelde dat deze mededeling niet gericht was op rechtsgevolg en dus geen besluit vormde.
Daarmee was bezwaar tegen de brief niet mogelijk en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. De rechtbank wees erop dat eiser andere rechtsmiddelen heeft, zoals het civiele recht of een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens, en dat een appellabel besluit kan worden verkregen bij een verzoek tot verwijdering van gegevens.
De rechtbank concludeerde dat de brief geen publiekrechtelijke rechtshandeling inhield en dat de Treiteraanpak geen sanctie of maatregel is, maar een gecoördineerde aanpak zonder rechtsgevolgen voor eiser. De uitspraak bevestigt dat feitelijke mededelingen over gegevensuitwisseling niet als bestuursbesluit kwalificeren en dat bezwaar en beroep daarop niet openstaan.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de mededeling over gegevensuitwisseling geen besluit is waartegen bezwaar openstaat.