Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- reed op een voor hem verboden bus-/trambaan;
- een stilstaande tram inhaalde via een doorgetrokken streep;
- een tramperron opreed, terwijl daarvoor een tegemoetkomende tram seinde en toeterde naar eiser;
- daar met onverminderde snelheid reed terwijl er mensen stonden;
- de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer opreed;
- meerdere malen een voor hem geldende geslotenverklaring negeerde.
- reed op een voor hem verboden bus-/trambaan;
- een stilstaande tram inhaalde via een doorgetrokken streep;
- een tramperron opreed, terwijl daarvoor een tegemoetkomende tram seinde en toeterde naar eiser;
- daar met onverminderde snelheid reed terwijl er mensen stonden; en
- de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer opreed.
28 mei 2107 bieden, ook zonder de tegenwerping van het meerdere malen negeren van de geslotenverklaring, reeds voldoende grondslag om tot het vermoeden van artikel 130, eerste lid van de Wvw 1994 te komen. Eiser is daarom naar het oordeel van de rechtbank niet benadeeld door toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb. Het moet namelijk minimaal twee afzonderlijke gedragingen betreffen en daar is thans sprake van. Hetgeen partijen naar voren hebben gebracht ten aanzien van het rijden op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer, behoeft daarom ook geen verdere bespreking.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden.
mr. F.P. van Straelen, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
19 april 2018.