De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzetten van een drugslaboratorium waarin MDMA en metamfetamine werden vervaardigd en aanwezig waren. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat niet kon worden vastgesteld wat de rol was van een andere aanwezige persoon. De bewezen feiten betreffen het vervaardigen van hoeveelheden MDMA en/of metamfetamine in de periode van 19 november tot en met 19 december 2017 en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden van deze stoffen op 19 december 2017.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een bekennende verklaring van verdachte, proces-verbalen van bevindingen en een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. De verdediging betwistte medeplegen en de betrouwbaarheid van een proces-verbaal, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het delict, de eerdere veroordelingen van verdachte, zijn openheid van zaken, motivatie om zijn leven te beteren en het advies van de reclassering om bijzondere voorwaarden op te leggen. Deze voorwaarden omvatten meldplicht bij de reclassering en een behandelverplichting om recidive te voorkomen.