ECLI:NL:RBAMS:2018:2733
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering geluidsoverlast door bovenburen in huurwoning
Een huurster uit de Rivierenbuurt klaagde over geluidsoverlast veroorzaakt door de nieuwe bovenburen die een vloer hadden gelegd. Zij vorderde in kort geding dat de verhuurder de vloer zou verwijderen of geluidsisolatie zou aanbrengen, dan wel medewerking zou verlenen aan onderzoek.
De verhuurder en beheerder betwistten de overlast en stelden dat de vloer aan alle isolatie-eisen voldoet. Zij boden aan de kosten van een onderzoek te dragen indien uit dat onderzoek zou blijken dat de vloer niet voldoet.
De kantonrechter oordeelde dat de geluidsoverlast onvoldoende aannemelijk was gemaakt en dat het aanbod van de verhuurder om de kosten van een onderzoek te dragen voldoende was. Daarom werd de vordering afgewezen en werd de huurster veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak betreft een voorlopig oordeel in kort geding, waarbij het spoedeisend belang van de huurster werd aangenomen, maar de gegronde kans op toewijzing in een bodemprocedure ontbrak.
De kosten werden vastgesteld op € 400,- aan salaris en een nasalaris van € 50,-, met een verbeurteclausule bij niet-betaling binnen 14 dagen.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de vloer en geluidsisolatie wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van geluidsoverlast.