ECLI:NL:RBAMS:2018:2812
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatie- en drank- en horecavergunning
De burgemeester van Amsterdam heeft de exploitatievergunning en de drank- en horecavergunning van [bedrijf] ingetrokken vanwege herhaalde overtredingen van de Drank- en Horecawet en het ontbreken van een leidinggevende die op de vergunning was bijgeschreven. De intrekking volgde op een stappenplan van de Handhavingsstrategie Horeca en Slijterijen 2013, waarbij eerdere waarschuwingen en dwangsommen waren opgelegd.
[verzoeker], exploitant van [bedrijf], erkent de overtredingen maar voert aan dat hij door privéproblemen niet tijdig leidinggevenden heeft bijgeschreven en dat hij inmiddels maatregelen heeft genomen. Hij betoogt dat hij onvoldoende tijd heeft gekregen om zijn zaken op orde te krijgen en dat zijn belang zwaarder weegt dan dat van de burgemeester.
De voorzieningenrechter stelt dat de eerdere stappen van de handhavingsstrategie onbetwist zijn en dat de burgemeester bevoegd was tot intrekking van de vergunningen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een lichtere maatregel rechtvaardigen, mede gezien eerdere waarschuwingen en klachten over overlast.
De sluiting van [bedrijf] wordt opgeschort tot 1 mei 2018 24.00 uur, waarna de intrekking van kracht wordt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.