Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
de leidende hoofdofficier van justitie in Kleve(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van de Duitse officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 17 mei 2016 voor de overlevering van een persoon aan Duitsland ter uitvoering van een vrijheidsstraf van dertien maanden. De opgeëiste persoon, geboren in Duitsland in 1973 en woonachtig in Nederland, werd bijgestaan door een raadsman en een tolk tijdens de zitting van 28 februari 2017.
De rechtbank schortte het onderzoek op om de uitkomst van een verzoek tot strafovername door Nederland af te wachten. Op 19 april 2018 werd het onderzoek hervat, maar de opgeëiste persoon en zijn raadsman waren niet verschenen. De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat de tenuitvoerlegging van de straf aan Nederland is overgedragen en de strafzaak reeds bij het parket Oost-Brabant in behandeling is. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk.
De rechtbank heft tevens het geschorste bevel tot overleveringsdetentie op. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De procedure toont de toepassing van de Overleveringswet en het Europese strafrecht in het kader van strafuitvoering binnen de EU.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk omdat de tenuitvoerlegging van de straf aan Nederland is overgedragen.