Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2018 in de zaak tussen
[de persoon] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2018.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontvangt sinds 2006 een bijstandsuitkering en werd in 2017 onderzocht vanwege twijfels over haar woonsituatie. Verweerder stuurde haar meerdere oproepen voor een gesprek, die persoonlijk in haar brievenbus werden gedeponeerd. Eiseres verscheen niet op deze oproepen, waarna haar uitkering werd opgeschort en later ingetrokken wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht onder de Participatiewet.
Eiseres betwistte de ontvangst van de brieven en voerde aan dat haar brievenbus kapot was, waardoor zij de post mogelijk niet had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende bewijs had geleverd met een op ambtseed opgesteld rapport waarin de bezorging werd bevestigd. Het enkele betoog van eiseres was onvoldoende om aan dit bewijs te twijfelen.
Verder stelde de rechtbank dat eiseres zelf verantwoordelijk was voor het oplossen van het probleem met haar brievenbus en dat zij dit niet aan de gemeente had gemeld. Verweerder hoefde niet te constateren dat de brievenbus kapot was. De rechtbank concludeerde dat het niet ontvangen van de brieven voor rekening en risico van eiseres kwam.
Daarom was het terecht dat verweerder de uitkering introk wegens schending van de medewerkingsplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de medewerkingsplicht wordt ongegrond verklaard.