Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2018 in de zaak tussen
[de VvE 1] , te Amstelveen, eiseres,
de gemeenteraad van Amstelveen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Amstelveen heeft met een besluit van 22 maart 2017 gedeeltes van openbaar toegankelijke loopruimtes langs het winkelcentrum aan het openbaar verkeer onttrokken om de uitbreiding van het winkelcentrum mogelijk te maken. De VvE, bestaande uit eigenaren van appartementen nabij het winkelcentrum, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de gemeente ongegrond werd verklaard. De VvE stelde beroep in bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks discussie over de vertegenwoordiging van de VvE. Juridisch is vastgesteld dat de gemeente op grond van de Wegenwet bevoegd is om wegen en voetpaden aan het openbaar verkeer te onttrekken, waarbij een ruime beleidsruimte geldt en toetsing beperkt is tot strijd met wettelijke voorschriften of onevenwichtige belangenafweging.
De VvE voerde aan dat onttrekking onnodig was, de uitbreiding van het winkelcentrum niet in lijn was met beleidsnota's, en dat de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de openbare ruimte negatief zouden worden beïnvloed. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat de onttrekking geen parkeerplaatsen betrof, de bereikbaarheid voor hulpdiensten niet werd belemmerd en dat de belangen van Segesta als eigenaar van het winkelcentrum zwaarder wogen.
Ook het argument dat de VvE geen kans had gekregen de grond te kopen, werd verworpen omdat dit een privaatrechtelijke kwestie betreft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de VvE tegen het besluit tot onttrekking van loopruimtes aan het openbaar verkeer is ongegrond verklaard.