ECLI:NL:RBAMS:2018:4013

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 mei 2018
Publicatiedatum
8 juni 2018
Zaaknummer
13/751271-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 12 OverleveringswetArtikel 22 OverleveringswetArtikel 23 OverleveringswetArtikel 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 mei 2018 een verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een rechtbank in Poznań, Polen. De verdachte werd gezocht voor het ondergaan van een vrijheidsstraf van één jaar, die eerder voorwaardelijk was opgelegd maar later werd omgezet in een executieve straf.

Tijdens de zitting was de verdachte niet aanwezig maar werd hij bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was vastgesteld en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Het EAB betrof een vonnis van 5 juni 2014 en de straf was nog niet volledig uitgezeten.

De rechtbank oordeelde echter dat de overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet. Hoewel de dagvaarding correct was betekend, was niet ondubbelzinnig vastgesteld dat de verdachte op de hoogte was van de datum en plaats van de terechtzitting. Tevens was er geen verzetgarantie verstrekt, wat een vereiste is volgens de genoemde wetsbepaling. Er waren geen andere omstandigheden die een weigering konden voorkomen.

Daarom werd de overlevering geweigerd en het geschorste bevel tot overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van een verzetgarantie en onduidelijkheid over kennisname van de terechtzitting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751271-18
RK nummer: 18/2251
Datum uitspraak: 24 mei 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 maart 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB-II).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 februari 2018 (ontvangen op 28 maart 2018) door
the Regional Courtin Poznań (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 mei 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.
De opgeëiste persoon is niet verschenen en heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigd raadsman, mr. J.S. Dobosz, advocaat in Zoetermeer.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het
District Courtin Kościan,
VII Local Criminal Departmentin Śrem van 5 juni 2014 (VII K 159/14).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf was eerst voorwaardelijk opgelegd, maar bij besluit van 21 januari 2016 heeft voornoemde rechtbank de tenuitvoerlegging daarvan bevolen.
De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van Pro de OLW

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de overlevering op grond van artikel 12 van Pro de OLW geweigerd moet worden.
Alhoewel de dagvaarding naar
Poolsrecht op de juiste wijze is betekend, staat niet op ondubbelzinnige wijze vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting (HvJ EU 24 mei 2016, C-108/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:346 (
Dworzecki), punten 37-38). Verder is er geen verzetgarantie verstrekt. Daarmee is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 12, aanhef en onder a, van de OLW. Niet is gebleken dat een van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder b tot en met d, van de OLW van toepassing is.

5.Slotsom

De overleving moet worden geweigerd gelet op het bepaalde in artikel 12 van Pro de OLW. .

6.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 van Pro de OLW.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Courtin Poznań (Polen) voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
HEFT OPhet geschorste bevel tot overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. R.A.J. Hübel en M.J.J.P. Luchtman, rechters,
in tegenwoordigheid van D. Smeets, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 24 mei 2018.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.