Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2018 in de zaak tussen
[de persoon] , te Amsterdam, eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, geboren in 2014 en houder van de Maltese nationaliteit, verzocht in november 2016 om naturalisatie. Haar verzoek werd afgewezen omdat zij ten tijde van de aanvraag nog geen drie jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf in Nederland had, een vereiste volgens artikel 11 lid 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiseres stelde dat de periode vóór haar geboorte meegeteld moest worden op grond van artikel 1:2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat haar belangen als kind volgens artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) zwaarder moesten wegen. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten niet slaagden omdat het belang van eiseres niet zodanig was dat zij vóór haar geboorte als geboren moest worden aangemerkt, en dat zij als Unieburger voldoende rechten heeft in Nederland.
Ook het beroep op bijzondere omstandigheden om af te wijken van de driejaarstermijn (artikel 10 RWN Pro) werd verworpen, aangezien geen sprake was van staatsbelang, ernstig ambtelijk verzuim of humanitaire redenen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldeed aan de vereiste verblijfsduur van drie jaar.