Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juni 2018 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, hierna: [verzoeker]
Procesverloop
Overwegingen
- het op 10 januari 2018 telefonisch verzoeken aan een aan hem ondergeschikte medewerker – de heer [naam 2] – om een leugenachtige verklaring af te leggen over het al dan niet overnemen van zijn nummer of het voor hem inspringen op de dag ervoor, 9 januari 2018;
- het daarmee voor zijn eigen gewin [naam 2] in een ernstig gewetensconflict brengen, terwijl [verzoeker] wist dat [naam 2] in een kwetsbare positie verkeert;
- het hierover niet open en eerlijk verklaren;
- het onvoldoende aantonen dat er op 9 januari 2018 een onmiddellijke onderbreking van de arbeid of een spoedeisend en redelijkerwijs niet buiten werktijd om te plannen medisch consult nodig was; en
- het niet nemen van verantwoordelijkheid voor de gevolgen van zijn vertrek, terwijl dit van hem als leidinggevende wel verwacht mag worden.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak AMS 18/3261 af;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak AMS 18/3278 af.