De rechtbank Amsterdam heeft op 5 april 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van de verkoop en het bezit van harddrugs en witwassen. De feiten betreffen onder meer de verkoop van cocaïne, het aanwezig hebben van MDMA en cocaïne, en het witwassen van geldbedragen die vermoedelijk uit misdrijf afkomstig zijn.
Tijdens de terechtzitting op 22 maart 2018 ontkende verdachte alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs, waaronder observaties van verbalisanten en verklaringen van getuigen, overtuigend was. De verklaring van verdachte over de vondst van verdovende middelen en geld werd als ongeloofwaardig verworpen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op 24 november 2017 en 7 januari 2018 harddrugs had verkocht en in bezit had, en dat hij geldbedragen had voorhanden gehad waarvan de herkomst uit misdrijf bleek.
De rechtbank stelde vast dat het enkele bezit van geld afkomstig uit eigen misdrijf niet kwalificeert als witwassen zonder handelingen gericht op het verbergen van de herkomst. Daarom werd verdachte ontslagen van rechtsvervolging voor het witwassen. Voor de overige bewezen feiten werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van voorarrest. Het in beslag genomen geldbedrag van €1.395,- werd onttrokken aan het verkeer.